Toelichting
In het figuur wordt in één oogopslag duidelijk hoe de nieuwe structuur van opleidingen in elkaar steekt:
De blauwe circel vormt de basis: fase 1 tot en met 5 zijn de opleidingen voor eigen vaardigheid. Bij elke fase hoort een aparte cursus, met eigen lesmateriaal. Tijdens zo'n fase-opleiding leert de cursist batontechnieken, ballettechnieken, onderdelen uit verschillende dansvormen (o.a. jazz/modern, street, Afrikaans), muziek, exercitie en combinaties bestaande uit dans en twirl. Elke fase neemt 40 lesuren in beslag, daarnaast dient de cursist zeker nog dit aantal uur aan zelfstudie te besteden. Tijdens deze opleidingen wordt gewerkt met vakdocenten, dus niet iedereen mag deze cursus zomaar doceren! Elke cursus wordt afgesloten met een officieel examen.
In het midden (witte circel) staan de verschillende stappen van de docentenopleiding. Voorheen was dit bekend onder de namen: middenkader-, hogerkader- en twirldocentenopleiding. Vanaf nu bestaat de kaderopleiding voor iedereen uit 4 stappen: introductiecursus, K1, K2 en Master. De introductiecursus is helemaal nieuw: deze is verplicht voor iedereen die graag wil starten met K1. Tijdens deze 2-daagse cursus kunnen de cursisten kennismaken met enkele vakken uit de kaderopleiding. Zij kunnen op deze manier snuffelen aan het doceren en bekijken of ze hier echt mee verder willen. Tevens kunnen de vakdocenten na afloop bepalen of de cursist geschikt is voor de K1-opleiding. Het werkt dus twee kanten op. De introductie is zeker ook interessant voor assistent-docenten. De ingangseis voor deze twee introductiedagen is fase 2. Het is tevens een mooie gelegenheid om kennis te maken met andere docenten en ervaringen uit te wisselen. Kortom, voor elke docent die met zijn tijd mee wil is dit een eerste stap!
Na het afronden hiervan en het behalen van fase 3, kan je verder met K1. Tijdens deze 1-jarige opleiding komen vakken als choreografie, methodiek/didactiek, communicatie/presentatie, psychologie, muziek, bewegingsleer, exercitie, baton en dans aan bod. Je kan hier een richting kiezen: majorette (hierbij komt o.a. sectie B, sectie C aan de orde) of twirl (hier ga je aan de slag met specifieke twirlonderdelen als I- en II-baton, strutting, duo twirling). Je gaat ook stagelopen en een portfolio van allerlei opdrachten bijhouden. Hier leer je alle basisbeginselen van het lesgeven en alles wat daarbij komt kijken. Na het afronden van deze opleiding ontvang je een certificaat.
Wil je je kennis over lesgeven nog verder uitbreiden? Dan kun je (na het behalen van fase 4) doorstromen naar K2. Tijdens deze opleiding wordt er vooral gewerkt in workshops, waarin telkens bepaalde thema's centraal staan (bijvoorbeeld mentale training, kinderdans, dansen met attributen, exchanges, duo-materiaal, etc.). Ook tijdens deze opleiding ga je in de praktijk aan de slag en ga je zelf een routine/show maken voor een grote groep/large team. Na het succesvol afronden van deze opleiding ontvang je het docentendiploma (voor twirl, majorette of beide).
De laatste stap, ‘het hart' van de opleiding, is Master. Dit kun je worden na het afronden van K2 en fase 5. Hieronder vallen docenten die alle technische en artistieke facettten van dans en twirl doceren en veel ervaring hebben). Hiervoor moet je alle voorgaande stappen doorlopen hebben. Ook juryleden zijn ‘masters', Zij hebben hiervoor nog een aanvullende opleiding gedaan.